2.
Kenmerk : 'open' (of: 'gesloten')
3.
+cons
+cont
-son
4.
a) [d]: redden, das (niet in: vod; verscherping!!)
b) [m]: moeder, aanpakken
c) [v]: vader (in het noorden vaak gesproken als [f]!]
d)
: rang, koning
e) [p]: pap
f) [t]: rat, tas,vod (zie onder a))
5.[m]:
artikulatieplaats: lippen, net als de [p] of de [b];
articulatiewijze: nasaal
6.
Kijk zelf in de ANS. De klanken zijn stemloze obstruenten. Dit kan
worden besproken in het Tutorium.
zurück
Misschien hebben jullie betere oplossingen. Graag aan mij doorgeven! Voor een woordenboek klik hier: http://dictionaries.travlang.com/DutchGerman/.
2.
Dit minimaal paar verschilt door de klanken [r] en [t]. Dus: liquidae
versus obstruent. Bij de eerste ontsnapt er een luchtstroom door de mond
(met of zonder trilling), bij de tweede niet. Dit kenmerk is [+/-continuant].
Anderzijds gaat het strikt genomen ook om een lengteverschil van de
medeklinker: [a] wordt [a:] voor [r]. Voor [t] is het [a.]. Omdat dit verschil
systematisch is en er geen voorbeelden te vinden zijn, waar het uitsluitend
om dit lengteverschil gaat, wordt het niet als fonematisch gezien.
3.
Alleen de laatste versie is gangbaar Nederlands. De on-Nederlandse
uitspraken zullen in het Tutorium worden besproken.
4.
Soms zijn er ook twee fonologische regels:
bakboord: Meteen twee: eerst regr.ass.stem (de [k] wordt
[g]) en aan het einde ook verscherping ([t])
ze kon kopen: ass.plaats
hebzucht: progr.ass.stem. Ook hier gaat het strikt genomen om
twee verschijnselen: Eerst verscherping: heb [p] en dan progr.ass.stem.
hoofdingang: verscherping ([t]) en ook ass.plaats
ik beschrijf: regr.ass.stem
Meer voorbeelden zullen in het Tutorium ter sprake komen.
5.
aanpakken
aanbieden
aanmaken
Misschien hebben jullie betere oplossingen. Graag aan mij doorgeven!
Woordenboek :
http://dictionaries.travlang.com/DutchGerman/
Trouwens is het labialisering.
Problematisch zijn 'uitslapen' en 'uitgang'. Als je ze vergelijkt met 'verslapen' en 'voorgang' lijken ze veel op een afleiding. Het hangt ervan af hoe je 'samenstelling' definieert. Kijk in het Groene Boekje op p. 24. Deze twijfelgevallen worden besproken in het Tutorium.
2.
denominatieve nominalisering: 4, 10, 12
denominatieve adjectivering: 6, 7
denominatieve verbalisering: 2, eventueel ook 11 (van 'over NACHT blijven',
want er is geen werkwoord 'nachten' en ook geen 'onder-nachten', of 'voor-nachten'
e.d.)
deadjectivische nominalisering: 3
deadjectivische verbalisering: 1
deverbale adjectivering: 8, 9
deverbale verbalisering: 5 (tenzij je het als samenstelling wilt beschouwen,
zie onder 1)
3. Zeker heb je hier heel wat voorbeelden. Moeilijkheden kunnen ontstaan bij 'bedammen' en 'bedijken' en bij 'becritiseren'. Vergelijk ook het proces bij deelwoorden op -ieren in het Duits en -eren in het Nederlands:
telefoneren - ik heb getelefoneerd; studeren - ik heb gestudeerd, ik heb de zaak bestudeerd enz. Ook dit kan in het Tutorium verdiept worden.
4.
![]() |
|
Bij de eerste splitsing kun je niet delen in 'bestuurswissel+ing' (zoals 'wissel+ing' of 'handel+ing'). |
Voor de etymologie van 'mondig' (Duits 'mündig') kijk in een etymologisch woordenboek. |
|
|
|
Voor de etymologie van 'aardig' (Duits 'artig') kijk in een etymologisch woordenboek. |
Het is geen ver+taalstragie! |
5.
a) kleuterpraat: specificans-specificatum-type
b) rundergehakt: specificans-specificatum-type
c) driewieler: possessieve samenstelling
d) boterzacht: vergelijkende samenstelling
e) doodsbang: intensiverende samenstelling
(Aanvullend: a) kun je ook als subject-relatie en b) als object-relatie zien. De kleuter praat, hij is dus het subject. Maar het rund hakt niet, maar het wordt gehakt. (toch?))
6. Dit staat vrij duidelijk in de ANS. Het geval wordt desgewenst besproken
in het Tutorium.
zurück