1. Noem het aantal klanken van de woorden
raak ___; reus ___; ruit ___; rank ___; rang ___ ex ___; lach ___; winnaar___
2. Welk kenmerk van het eerste deel van de diftong in wijn verschilt met de Duitse diftong in Wein? _______________________________
3. Geef de kenmerkenbundel van de Nederlandse frikatieven: [ ]
4. Geef het symbool dat correspondeert met elk van de volgende fonetische omschrijvingen en illustreer de klank met een Nederlands woord:
5. Wat voor klank is de [m]? Beschrijf de articulatieplaats _______________ en de articulatiewijze: _______________. Noem een ander foneem met dezelfde articulatieplaats: [ ]
6. De "'t kofschip-regel" is een ezelsbruggetje voor de vorming van de deelwoord(1)-uitgang van de werkwoorden. Zoek de regel op (bv. in de ANS). Hoe kan je de klanken beschrijven die voor een -t- uitgang zorgen?
__________________________________________________________________________
__________________________________________________________________________
Literatuur:
A. Neijt 1994 hoofdstuk 5,
p. 72-100
W. Smedts en W. van Belle 1994 hoofdstuk II, 1, p. 32- 41
1. Deelwoord: participium perfecti